Michelangelo’s Mozes is een van de meest iconische en indrukwekkende beeldhouwwerken ter wereld. Dit marmeren meesterwerk, gemaakt tussen 1513 en 1515, toont de Bijbelse profeet Mozes in al zijn macht en woede.
Het beeld is te vinden in de basiliek San Pietro in Vincoli in Rome en blijft bezoekers van over de hele wereld verbazen.

Het beeld van Mozes door Michelangelo.
Behalve dat dit een meesterwerk is, valt je het wellicht meteen op dat Mozes hier met hoorntjes op het hoofd werd afgebeeld. Gek hè? Weet je hoe dat rare idee is ontstaan?
Korte verklaring:
In de Hebreeuwse Bijbel wordt in het boek Exodus in het verhaal over Mozes toen hij met de stenen tafelen met de 10 geboden van de berg afkwam, een woord gebruikt dat zowel ‘hoorn’ als ‘stralend’ kan betekenen. ‘Toen Mozes van de berg af kwam, wist hij niet dat zijn gezicht een stralende glans had doordat hij met God had gesproken’, en verder in Exodus 34 : 29-35. “קרן” (keren). Dit woord betekent “straal” of “hoorn” en wordt gebruikt in de context van het stralen van zijn gezicht.
• De Griekse Septuaginta, (2de – 3de eeuw v.Chr.):
In de Griekse vertaling van de Bijbel, de Septuaginta, wordt het Hebreeuwse woord “קרן” (keren) vertaald met het Griekse woord “πέμπειν” (pémbein) of “δοξα” (doxa). Het specifieke woord dat gebruikt wordt ter aanduiding van het stralen in Exodus 34 is “ἀκτίς” (aktís), wat “straal” betekent, en in sommige contexten wordt het woord “φῶς” (phōs), wat “licht” betekent,
• De Latijnse Vulgaat (4de eeuw n. Chr.):
Een misverstand ontstond bij de vertaling van de Hebreeuwse Geschriften in het Latijns.
In het Hebreeuws verwijst “קרן” in deze context naar “stralen” of “licht” dat uit het gezicht van Mozes komt. In de Latijnse Vulgaat wordt hier het woord voor het stralende aspect met ‘cornu’ vertaald, wat zowel stralend, als ook hoornen kan betekenen.
Foutje, bedankt….
In de Vulgaat (Hiëronymus in de late 4e eeuw) wordt dus het woord “cornu” gebruikt, wat letterlijk “hoorn” betekent, maar ook stralend kan betekenen. Dit heeft geleid tot de beeldspraak waarin Mozes soms met hoorns wordt afgebeeld in de kunst, wat een visuele representatie is van het stralende licht dat uit zijn gezicht kwam. In deze context werd “cornu” waarschijnlijk (aanname) niet bedoeld om letterlijk te betekenen dat Mozes hoorns had, maar het verwijst naar de uitstraling van zijn gezicht. Kennelijk werd het door sommigen op een bepaald moment toch letterlijk als hoorns opgevat.
Stralenkrans of nimbus
In de iconografie werd het ‘stralen’ van het gezicht afgebeeld door een nimbus. In sommige situaties echter werd er, waarschijnlijk door het lezen van de Vulgaat, gekozen voor hoorns.
Michelangelo’s interpretatie:
Michelangelo (16de eeuw) stond bekend om zijn diepgaande kennis van de Bijbel en de klassieke oudheid Hij heeft waarschijnlijk bewust gekozen voor deze afwijking. Er zijn verschillende theorieën over de betekenis die hij hiermee wilde overbrengen:
• Goddelijke macht: De hoorns kunnen symbool staan voor de goddelijke macht en stralende glorie die Mozes had ontvangen na zijn ontmoeting met God op de berg Sinaï.
• Wijsheid: In sommige oude culturen werden hoorns geassocieerd met wijsheid en kennis. Michelangelo zou hiermee de grote wijsheid van Mozes willen benadrukken.
• Woede: Hoorns worden ook wel geassocieerd met woede en agressie. Dit zou kunnen verwijzen naar de woede-uitbarstingen van Mozes, zoals wanneer hij de stenen tafelen met de Tien Geboden verbrijzelt.
• Andere verklaring: Paus Julius II, de opdrachtgever van het beeld voor zijn praalgraf, stond bekend als driftig, als mecenas, maar ook als krijgsheer. Misschien had ook dit iets te maken met deze uiting in hoorns.
- Ergo, precies weten we het niet en er is niemand meer die de exacte, echte waarheid weet
.
Langere verklaring
Bijbelvertalers stonden onder grote invloed van hun opdrachtgevers, heersende ideeën en mogelijkheden binnen het jargon van de drie verschillende talen, het Hebreeuws, Grieks en Latijn.
De Bijbel bestaat uit twee delen, het zogenaamde Oude Testament en het Nieuwe Testament, ook wel de Hebreeuwse en de Griekse Geschriften genoemd. De Hebreeuwse geschriften werd voornamelijk voor het Joodse volk, dat onder het eerste ‘verbond’ met God stond, geschreven. Het Joodse volk sprak, schreef en las in het Hebreeuws, dus is het logisch dat die geschriften in het Hebreeuws waren.
In de tijd dat het Nieuwe Testament werd geschreven, was Grieks echter de meest gesproken taal in het oostelijke Middellandse Zeegebied. Het was de taal van het handel, de wetenschap en de cultuur. Door het Nieuwe Testament in het Grieks te schrijven, werd het toegankelijk voor een veel breder publiek, inclusief het Joodse volk. Ook het Oude Testament werd, ruim voordat het Nieuwe Testament werd geschreven, in het Grieks vertaald, de zogenaamde ‘Septuaginta’. De Septuaginta ontstond ongeveer in de 3e tot 2e eeuw voor Christus. De vertaling werd oorspronkelijk gemaakt in Alexandrië, Egypte, waar er een grote Joodse gemeenschap was die Griekse sprak. De schrijvers van het Nieuwe Testament waren vertrouwd met deze vertaling en gebruikten daarom dezelfde taal om hun eigen geschriften te schrijven als een vervolg op de Septuaginta.
Vertaal probleem
Daar doet zich dus gelijk een probleem voor, want later, in de 4de werden de Grieks geschriften opnieuw vertaald, maar nu in het Latijn en dit kwam als de ‘Vulgaat’ bekend te staan.
Ook dit was een logische stap, want In de eerste eeuwen na Christus groeide het christendom uit tot een belangrijke religie binnen het Romeinse Rijk. Bovendien waren de van oorsprong Joodse leiders van het eerste uur, al vóór het jaar 70, toen Jeruzalem en de tempel werden vernietigd, uit dat gebied vertrokken en hadden zich in het Romeinse Rijk verspreid, een aantal van hen trok naar Rome.
De apostel Johannes schreef het laatste boek van de Bijbel (Openbaringen) in het jaar 96 (om en na bij). Hij schreef dat toen nog steeds in het Grieks, dus kennelijk was dat toen nog steeds de voertaal onder de eerste christenen.
Latijn was echter de taal van de Romeinen en dat werd dus ook de taal van de latere christelijke gemeenten in het Romeinse rijk. Om het geloof beter te kunnen verkondigen onder de brede massa van de Romeinse christenen, werd een Latijnse vertaling essentieel, dit was de Vulgaat (vertaald: het Woord in gewone taal).
De christelijke gemeenten in de vierde eeuw waren in de tussentijd echter allang niet meer echt vergelijkbaar met die van ‘het eerste uur’. Er hadden zich in de loop der tijd al allerlei afwijkende denkbeelden ontwikkeld , afwijkend van de zienswijze van het oorspronkelijke christendom. Bedenk dat we ondertussen al ruim drie honderd jaar verder in de tijd zijn en dat velen die christen zijn geworden geen Joodse roots hebben en dus nog maar weinig of niets van de historische feiten weten.
Zo kon het gebeuren dat een aantal woorden vreemd werden vertaald, zoals Hades in Hel, Gehenna in Vagevuur, staak of paal in kruis, en in dit geval stralend als gehoornd. Het is inderdaad opvallend dat het beeld van Mozes door Michelangelo is afgebeeld met hoorns op zijn hoofd. Deze afwijking van de traditionele voorstelling heeft door de eeuwen heen tot veel discussie en interpretatie geleid.
Wanneer we even op dit laatste focussen, dankomen we op het volgende:
Conclusie:
Hoewel we nooit met zekerheid kunnen weten wat Michelangelo precies beoogde met deze afwijking, is het duidelijk dat hij een bewuste keuze heeft gemaakt. De hoorns op het hoofd van Mozes zijn een intrigerend detail dat de interpretatie van het beeld verrijkt en in de loop der tijd tot veel discussie heeft geleid. Hoewel er geen harde bewijzen zijn dat de hoorns al tijdens Michelangelo’s leven voor discussie zorgden, is het zeer aannemelijk dat dit wel het geval was. De combinatie van Michelangelo’s reputatie, de symboliek van hoorns en de relatie met de opdrachtgever maakt het onwaarschijnlijk dat dit detail onopgemerkt is gebleven.
Plaats een reactie